1. Artistieke visie (Katja Heitmann):
de paradox

Ik ben patiënt van Huisartsenpraktijk Binnenstad Tilburg. De huisartsenpraktijk bestaat uit maar liefst zes verschillende huisartsen. Een heel handig efficiënt systeem, je belt en wordt toegewezen aan de snelst beschikbare huisarts. Ik was er nu een paar keer, maar ik heb tot nog toe geen enkele arts een tweede keer gezien. Men kijkt naar mijn fysieke klacht, maar men kent mij niet. Hoe kan dat ook? De volgende keer is de arts alweer vertrokken naar een andere praktijk. Ik ben een symptoom; ‘chronische maagpijn’.

“Gelijkheid is het resultaat van organisatie. We worden niet als gelijken geboren.” (Hannah Arendt)

Ik ben voor deze artsenpraktijk geen persoonlijkheid, geen individu met een verleden, overleden ouders en kankerziektes in de familie. Ik ben geen uniek mens met schaamte, twijfels en angsten die allemaal mee kunnen spelen in de oorzaak van mijn symptomen. Nee, in ons geoptimaliseerde gezondheidssysteem word ik gereduceerd tot een dossier met gestandaardiseerde gegevens. Ik word één van vele gelijken. Deze efficiënte aanpak gaat voorbij aan wat een huisarts ook zou kunnen zijn: een expert die mij al jarenlang kent, die de tijd neemt om naar mij te luisteren. Iemand waarbij mijn lichaam kwetsbaar kan zijn, een persoon die ik vertrouw.

Vertrouwen, intimiteit en aandacht zijn geen meetbare fenomenen, maar volgens mij vormen ze eigenlijk de kern van de praktijk van een huisarts. Ik verliet de huisartsenpraktijk met een grote zorg; niet zozeer over mijn maag, maar vooral over deze ontwikkeling in onze maatschappij.

Het uitsterven van de paradox

“Je ziet de morele verantwoordelijkheid in beroepspraktijken verdwijnen. Het geloof in het systeem, in efficiëntie en effectiviteit, aangewakkerd door de techniek, vind ik een zeldzaam groot gevaar.” (Maxim Februari - december 2019)

Ik zie de toegenomen efficiëntie in de huisartsenpraktijk als een symptoom van een grotere maatschappelijke beweging waarbij belangrijke kenmerken van onze menselijkheid in het gedrang komen. We proberen uit alle macht onsterfelijk te worden, terwijl we vergankelijk blijven. We trachten de wereld zo objectief mogelijk te beschouwen en negeren dat we eigenlijk ontzettend irrationeel en emotioneel zijn. We vatten onszelf in data, terwijl we weten dat cijfers géén persoonlijkheid hebben. We zoeken alsmaar naar objectieve universaliteit en verlangen tegelijk hartstochtelijk naar individuele bijzonderheid.

Menselijkheid is in mijn ogen niet eenduidig te meten, maar krijgt gestalte in paradoxen. Onze innerlijke tegenstrijdigheden en conflicten houden ons voortdurend in beweging. In deze tijd van efficiëntie en optimalisering worden alle tegenstrijdigheden gladgestreken; geëlimineerd. Maar als deze dualiteit als gevolg daarvan uitsterft, raken we dan onze menselijkheid kwijt?

“Een paradox is een uitspraak die een schijnbare tegenspraak bevat en bij nader inzien waar blijkt te zijn.” (Wikipedia)

Mijn bewegingstaal

Het is de paradox - de tegenstelling, het conflict, de contradictie, het contrast, het contrapunt, de dualiteit – die de stuwende motor is van iedere theatrale, literaire, muzikale ontwikkeling. Het is diezelfde paradox die dramaturgisch verbindt en universele zeggingskracht kan bieden.

Mijn materiaal is het lichaam; object én subject, een specifieke en continu evoluerende bewegingstaal waarin elk lichaamsdeel gelijkwaardig is. Ik werk vanuit bewust gekozen traagheid, waarbinnen het momentum des te zichtbaarder wordt. Ik breng elke beweging terug naar een gecontroleerd nulpunt, naar een puurheid, zodat alle bewegingen dezelfde waarde krijgen. Het strekken van de wijsvinger krijgt dezelfde waarde als het optillen van de knie. Deze georganiseerde ‘waarde-gelijkheid’ maakt dat iedere afwijking opvalt en herkenbaar wordt.

“We show this by fixing bodyparts, keeping them still and moving others. The body becomes the scale trying to balance two oppositions. Keeping the balance between doing and not-doing, action and non-action, is creating an eternal task of making decisions between the two. With no stillness there is no movement.” (Lea Christensen, danser-stagiaire Motus Mori 2019-2020)

Deze bewegingstaal beperkt de performer én biedt tegelijkertijd oneindige creatieve mogelijkheden. Iedere beweging is zowel een reactie op de vorige als een aanzet voor de volgende. Deze paradoxale spanning tussen vorm en vrijheid vraagt een volledige overgave en inspireert de danser creatief en vakmatig te excelleren. De pure toegewijde aandacht ontroert het publiek en stelt hen in staat een eigen verhaal te vormen.

Mijn rol als kunstenaar

Als choreograaf zie ik mijzelf als bewegingsconservator. Ik kan de menselijke paradox, die schijnbare tegenstelling conserveren en zichtbaar maken. Ik kan inzoomen op de kern van onze menselijkheid en zo haar tegenstrijdigheid tonen. Ik wil het onoplosbare conflict bewaren zodat we in onze individualiteit onze gemeenschappelijkheid kunnen vinden. Ik wil deze dualiteit bewaren. Ik wil de uitstervende beweging bewaren.

De paradox is de muze van Instituut Motus Mori.

Katja Heitmann (januari 2020)